Was bij het drinken uit de borst of fles de lipsluiting minder belangrijk, bij het geven van lepelvoeding gaat deze een belangrijke rol spelen. Het geven van kleine hoeveelheden fijngemalen groente of fruit zal het best lukken, wanneer er sprake is van afgenomen reflexactiviteit en beginnende willekeurige bewegingen in het mondgebied. Daarnaast moet er een stabiele houding van hoofd en romp aangeboden kunnen worden. Ook de gevoeligheid in het mondgebied moet afgenomen zijn om de verschillende smaken en samenstellingen te kunnen verdragen. Het beste moment om met lepelvoeding te starten zal per kind verschillen, meestal tussen de 4 en 6 maanden.

In deze periode (4-6 mnd) zal ook het maken van geluid en klanken sterk gekoppeld zijn aan het krijgen van prikkels in de mond (zowel voeding als speelgoed of handjes).