Afhankelijk van de motorische vaardigheden van het kind en de ontwikkeling van de sensibiliteit kan met 7/8 maanden gestart worden met het geven van vast voedsel.Eerst zullen oiuders voedsel aanbieden , dat snel zacht wordt, waardoor het kind het voedsel al sabbelend kan verwerken. Meestal zien we onder invloed van deze gewenning een afname van de sensibiliteit in het mondgebied en een zich naar achteren verplaatsende kokhalsreflex. Er ontstaan langzamerhand meer tongbewegingen naar links en naar rechts in de mond, waardoor het voedsel tussen de kaken terecht kan komen. Zo krijgt het kind gelegenheid te kauwen op het voedsel. Wanneer er voldoende gekauwd is, komt de bolus terug op de tong en wordt door de tong naar achter gebracht om weggeslikt te kunnen worden. Voorafgegaan aan een licht zuigende beweging, waarmee alle voedsel en speeksel verzameld worden.

Ook tijdens het kauwen zien we vaak dat kinderen geluid gaan maken, waardoor repeterende klanken ontstaan (brabbelen).